Civiel-Technisch Ingenieur (weg- en waterbouwkundig ingenieur)

« terug naar overzicht

Onderzoek, Productie, Techniek en Vervoer

Houdt zich bezig met het ontwerpen, construeren en uitvoeren van werken ten behoeve van het verkeer (water-, spoor-, land- en luchtwegen), de beheersing en het nuttig gebruik van water, maar ook steeds meer met het wonen en werken van de mens. (raakvlakken met de milieubeheerser, planoloog en sociaal geograaf).

    Vooropleiding

    HAVO: profiel N&T of N&G+na of nl&t VWO: profiel N&T, N&G+nl&t+na of E&M+na MBO: niveau 4

    Opleiding

    Een 4-jarige opleiding Civiele techniek. Bijzonderheden: Bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen is de propedeuse voor alle studenten gelijk. Aan het eind van het tweede jaar kies je voor één van de volgende richtingen: waterbouw, infrastructuur of constructie. De Hanzehogeschool Groningen biedt voor mbo-ers bouwkunde een driejarige duaal traject. Voor vwo’ers is een versnelde route mogelijk. In Groningen kies je binnen binnen civiele techniek voor: Gebiedsontwikkeling, Waterbouwkunde, Weg- en Waterbouwkunde, Planologie of de internationale afstudeervariant European Civil Engineering Management. Bij NHL Hogeschool kun je met een mbo-4-diploma Civiele Techniek binnen drie jaar de hbo-opleiding Civiele Techniek afronden. Hogeschool Zuyd heeft de 4-jarige opleiding Built Environment. Met deze opleiding ontwerp je gebouwen, bereken je de constructie en weet je hoe het daadwerkelijk gebouwd moet worden. Maar ook bedrijfskunde, bedrijfseconomie en je persoonlijke vaardigheden zijn belangrijk, zodat je goed leert samen te werken in bouw- en civieltechnische projecten. Tijdens je opleiding kies je één van de profielen: Bouwkunde, Bouwtechnische Bedrijfskunde, Bouwmanagement, Civiele Techniek, Civiel Management of Constructies.

    Salarisindicatie

    Je aanvangssalaris ligt ongeveer op € 2.165,- à € 2.340,-. Tot welke hoogte je salaris vervolgens kan oplopen is afhankelijk van bijvoorbeeld het aantal dienstjaren, ervaring en de inhoud van de taken. Bij overheidsinstanties kan dat oplopen tot tussen de € 3.080,- en € 3.470,-.